Hoe Megan en Suzanne als zij-instromers docent werden: ’Ik wilde iets doen met maatschappelijke betekenis’

Hoogkarspel/Schagen: Een sprong in het diepe: zo voelde het voor Megan Hershey (44) uit Sint Pancras, toen ze aan het begin van dit schooljaar voor het eerst voor een klas stond. De van oorsprong Amerikaanse werkte jarenlang als vertaler, maar sinds dit jaar werkt ze drie dagen per week op het Regius College in Schagen, waar ze Engels geeft. „Ik denk regelmatig: waarom heb ik dit niet eerder gedaan?”

Hershey behoort tot de groeiende groep zijinstromers die op latere leeftijd de overstap naar het onderwijs maakt. Achter die groep gaat een impuls schuil: doordat scholen kampen met hardnekkige personeelstekorten zag Onderwijsregio Hollands Noorden het levenslicht. Hierin werken scholen en lerarenopleidingen samen om (zij-)instromers direct in de praktijk op te leiden en te begeleiden tot bevoegd docent. „Er wordt steeds meer ingezet op het aantrekken van mensen uit andere sectoren. Juist ook professionals, die na jaren in een ander beroep op zoek zijn naar een nieuwe impuls, kunnen gebaat zijn bij een overstap naar het onderwijs”, meent Claudia van de Peppel, programmaleider leren & ontwikkelen.

Het tekort aan onderwijspersoneel is een maatschappelijk en landelijk probleem. „Veel huidige medewerkers gaan de komende jaren met pensioen, terwijl minder jongeren kiezen voor een lerarenopleiding. Bovendien speelt de demografische krimp mee”, stelt Van de Peppel.

Samen met Roos Hibma, programmaleider oriënteren & starten, werkt zij aan het aantrekken, opleiden en behouden van nieuwe en bestaande onderwijsmedewerkers. Naast de lijnen waarbinnen Hibma en Van de Peppel werken, is er nog een derde programmalijn: innoveren & ontwikkelen, waarbinnen professionals uit het onderwijs zich bezighouden met het onderwijs van de toekomst. „Want ook als er straks niet voldoende docenten zijn, hebben kinderen en jongeren recht op goed onderwijs”, meent Hibma. 

Twintig schoolbesturen uit het voortgezet onderwijs en mbo hebben zich hiervoor verenigd in de regionale samenwerking, ondersteund door het ministerie van onderwijs, cultuur en wetenschap. Hun doel is onder meer om meer mensen te interesseren voor een loopbaan in het onderwijs en hen daarbij goed te begeleiden.

Hershey wisten ze al over de streep te trekken. De Amerikaanse verhuisde in 2004 naar Nederland en bouwde hier een carrière op als vertaler van onder meer academische teksten en lesmethodes. Toch begon het werk steeds minder voldoening te geven. „Ik wilde iets doen met maatschappelijke betekenis”, vertelt ze. „Ik werkte al heel lang als vertaler en wilde graag iets met taal blijven doen, maar ik miste het contact met mensen.”

Snuffelstage

Ook de veranderingen binnen haar vakgebied speelden mee. „Door AI kwamen de tarieven onder druk te staan. Ik werd steeds minder tevreden met wat ik deed.” Via een open dag van de Universiteit van Amsterdam ontdekte ze het zij-instroomtraject met de naam ’Aan de slag voor de klas’, waarmee mensen met een afgeronde opleiding versneld hun onderwijsbevoegdheid kunnen halen terwijl ze al voor de klas staan. Een snuffelstage op een school gaf uiteindelijk de doorslag. „Ik dacht altijd dat je een geboren docent moest zijn. Maar tijdens zo’n proefles zag ik dat er heel verschillende manieren zijn om les te geven. Toen dacht ik: misschien past dit toch bij mij.”

Volgens Hibma zijn dit precies de verhalen die de onderwijsregio vaker wil laten ontstaan. „We richten ons niet alleen op scholieren die een lerarenopleiding overwegen”, zegt ze. „Dat kan ook iemand zijn die al jaren werkt als journalist, kok, data-analist of in een heel andere sector.”

Via de website en informatieavonden van de onderwijsregio komen geïnteresseerden in contact met een zogeheten instroommakelaar. Die helpt onderzoeken of het onderwijs bij iemand past en welke route het meest geschikt is.

Inmiddels kent Onderwijsregio Hollands Noorden al heel wat fraaie voorbeelden van succesvolle carrièreswitches. „Zo maakte een kok de overstap naar het onderwijs, nadat hij merkte dat hij veel plezier haalde uit het begeleiden van leerling-koks. Een data-analist besloot docent wiskunde te worden omdat hij maatschappelijke impact miste in zijn werk”, vertelt Hibma trots.

Inspireren

Ook Suzanne Kooi (35) uit Hoogkarspel past in dat rijtje thuis. Ze werkte na haar opleiding European Studies jarenlang in de marketingcommunicatie, onder meer bij een advocatenbureau en Enza Zaden. Ze had het naar haar zin, maar de gedachte aan het onderwijs liet haar niet los. „Het had me altijd al leuk geleken om voor de klas te staan. Ik vond het in mijn werk ook altijd het leukste als ik kennis kon overbrengen en mensen kon inspireren. Steeds vaker dacht ik: Misschien past het onderwijs beter bij mij.”

In 2023 besloot ze de proef op de som te nemen en liep ze een dag mee op een school. „Ik dacht: Hierna zet ik het uit mijn hoofd, of ga ik ervoor.” Het werd het laatste. In 2024 begon ze aan de tweejarige lerarenopleiding aan de Hogeschool van Amsterdam. Inmiddels geeft ze Nederlands op RSG Wiringherlant in Wieringerwerf.

De overstap bleek uitdagender dan gedacht. Zonder pedagogische achtergrond stond Kooi vrijwel direct zelfstandig voor de klas. „Ik dacht eerst: Kom maar op. Maar toen ik er eenmaal stond, dacht ik wel even: Jeetje, is dit wel verantwoord?” Vooral het eerste jaar was intensief. Ze vroeg dan ook snel om hulp. Volgens Kooi ligt daar ook een verantwoordelijkheid voor de school: „Het is belangrijk dat scholen zorgvuldig kijken waar ze een zijinstromer inzetten.”

Met behulp van Onderwijsregio Hollands Noorden weten scholen nauwer samen te werken. „Besturen stappen steeds meer over hun eigen schaduw heen”, zegt Hibma. „Waar scholen vroeger vooral concurrenten waren op de arbeidsmarkt, kijken we nu naar wat nodig is voor de hele regio.”

Een carrièreswitch gaat niet altijd van een leien dakje. Hershey spreekt van een intensieve periode. „Ik werk samen met een bevoegd docent die mij begeleidt, en geef inmiddels vijf lessen per week zelfstandig. De rest van de tijd besteed ik aan het begeleiden van leerlingen, lesvoorbereiding, nakijkwerk en het observeren en leren van collega’s. Maar ik volg daarnaast ook natuurlijk zelf nog les op de universiteit. Dat is best pittig”, zegt ze. „Gelukkig helpt een werkplekbegeleider met plannen en reflecteren.”

Dat haar moedertaal Engels is, betekende daarnaast niet dat lesgeven eenvoudig was. „Engels spreken en Engels uitleggen zijn echt twee verschillende dingen. Hoe je grammatica uitlegt of leerlingen helpt taal te begrijpen, dat leer je tijdens de opleiding.”

Onderwijsregio Hollands Noorden werkt daarbij samen met opleidingsinstituten zoals de Universiteit van Amsterdam, de Vrije Universiteit en de Hogeschool van Amsterdam. Een belangrijk onderdeel is het principe van ’samen opleiden’, waarbij studenten een groot deel van hun opleiding in de praktijk volgen.

Dat het onderwijs uitdagend is, erkennen Van de Peppel en Hibma direct. „Je hebt soms zeven lesuren per dag met telkens dertig leerlingen en steeds een andere groepsdynamiek”, zegt Van de Peppel. „Ieder uur moet je schakelen, niet alleen vakinhoudelijk, maar ook pedagogisch.”

Toch lijkt het publieke beeld van het onderwijs eenzijdig. „In de media hoor je veel over werkdruk”, zegt Hershey. „Ik zie ook waar die vandaan komt. Maar wat ik vooral zie, zijn collega’s die ontzettend betrokken zijn bij hun leerlingen.”

Ook de programmaleiders wijzen erop dat de arbeidsvoorwaarden de afgelopen jaren zijn verbeterd. „De salarissen zijn flink gestegen en er is veel sociale zekerheid”, zegt Hibma. „Je hebt voor dit vak vooral intrinsieke motivatie nodig.”

Kooi kijkt met overtuiging terug op haar keuze om als docent Nederlands haar carrière te vervolgen. „Ik raad het zeker aan, maar niet alleen vanuit idealisme. Je moet op voorhand goed nadenken waarom je precies het onderwijs in wilt.” Zelf ontdekte ze dat haar aanvankelijke beeld van het vak niet klopte. „Ik dacht misschien is het onderwijs wel te eentonig voor me, maar dat is absoluut niet zo. Je kunt juist veel van jezelf in je lessen leggen.”

De opleiding combineerde Kooi met de zorg voor haar drie jonge kinderen. Dat was soms pittig, geeft ze toe, maar haar eerdere werkervaring bood houvast. „Ik wist hoe ik projecten moest aanpakken, dus ik ben de opleiding eigenlijk als één groot project gaan zien.”

Subsidie

Voor Hershey vormde juist de financiële kant aanvankelijk een drempel. Een volledige studie zonder inkomen was voor haar gezin moeilijk haalbaar geweest. „Het zij-instroomtraject was voor mij eigenlijk de enige realistische route. Je inkomsten lopen terug als je weer gaat studeren. Voor alleenstaande ouders kan zo’n overstap nog ingewikkelder zijn.” Wel zijn er inmiddels verschillende subsidies beschikbaar. 

Wat Hershey uiteindelijk het meest heeft verrast, zijn de leerlingen zelf. „Er wordt best negatief gesproken over jongeren”, zegt ze. „Maar ik vind ze juist leuk. Ze zijn grappig, verrassend en allemaal anders.” Ze merkt hoe snel er een band ontstaat. „Je gaat ongelooflijk snel om hen geven. Je wilt dat ze enthousiast worden voor je vak.”

Juist die betekenis van het werk proberen Hibma en Van de Peppel meer zichtbaar te maken. „Docenten maken echt verschil in het leven van jonge mensen”, zegt Hibma. „Dat zien we iedere dag.”

Voor Hershey is dat inmiddels de belangrijkste reden waarom ze geen moment spijt heeft van haar keuze. „Mijn vertaalwerk heb ik vrijwel helemaal afgebouwd en eerlijk gezegd mis ik het niet. Het onderwijs geeft me veel meer energie.”

Dit artikel verscheen op 14 september 2026 in het NHD. Credits: Joyce Beuken.