Van gymzaal naar computerlokaal. ‘Ik wil gewoon docent blijven.’

Toen Idse Bruil na de middelbare school een studiekeuze moest maken, zag hij aanvankelijk een carrière bij Defensie voor zich. Dat plan hield geen stand. ‘Ik wilde vroeger het leger in en omdat ik onderofficier wilde worden, heb ik na het vmbo ook de havo gedaan. Maar gaandeweg besefte ik dat ik helemaal geen mensen pijn wil doen of met wapens wil werken. Sport was altijd mijn grote hobby, dus de keuze voor de ALO was eigenlijk heel logisch.’

Hij rondde de Academie voor Lichamelijke Opvoeding af -met wat vertraging door knieblessures- en kwam midden in coronatijd op de arbeidsmarkt terecht. Door de coronaperiode en -toen nog- een overschot aan sportdocenten duurde het even voordat hij een vaste baan vond. ‘Na drie jaar tijdelijke contracten vond ik een vaste baan. Inmiddels werk ik alweer drie jaar met veel plezier op het Jan Arentsz.’ Dat plezier haalt hij onder meer uit het contact met leerlingen. ‘Ik woon en werk in Alkmaar, dus ik kom regelmatig leerlingen tegen. Dan hoor je ineens midden in de winkelstraat: “Hé meneer Bruil!” Dat vind ik mooi. Leerlingen kunnen je soms verrassen met de meest uiteenlopende verhalen. En ik vind het bijzonder om te zien hoe snel ze nieuwe dingen oppakken, zowel in de gymzaal als in mijn computerlokaal. Daar krijg ik iedere dag weer energie van.’

Blijven doen wat hij het liefst doet
Na een paar jaar merkt Idse dat lesgeven in de gymzaal steeds meer van zijn gehoor vraagt. Een gehoorbeschadiging aan zijn rechteroor, veroorzaakt door een vuurwerkongeluk in zijn jeugd, speelt steeds vaker op.’Door het lawaai in de gymzaal werd mijn gehoorverlies erger. Gehoorbescherming leek een logische oplossing, maar daarmee hoorde ik mijn leerlingen juist minder goed. Dat werkt natuurlijk niet als je lesgeeft.’Afscheid nemen van het onderwijs is echter nooit een serieuze optie geweest. ‘Ik wilde helemaal niet stoppen met lesgeven. Ik ben juist gaan nadenken over een ander vak en dat was eigenlijk niet zo’n moeilijke keuze. Ik ben altijd geïnteresseerd geweest in computers, technologie en AI. Informatica voelde daarom als een heel logische stap.’

Een hobbelige route
De eerste stap richting een bevoegdheid als docent informatica is een online opleiding. ‘Daar had ik vanuit mijn werkgever budget voor gekregen. Die opleiding was helaas niet heel strak georganiseerd -ik heb bijvoorbeeld twee maanden op een studieboek moeten wachten- en mede daardoor merkte ik dat online leren niet echt mijn ding is. Maar ik ontdekte wel dat ik de inhoud ontzettend interessant vond. Toen wist ik zeker dat ik hier verder mee wilde.’Via het programma Inf4All volgt hij vervolgens een voorbereidend traject voor zij-instromers. Een jaar lang reist hij iedere vrijdag naar de opleiding en besteedt daarnaast vrijwel al zijn avonden en weekenden aan studeren.’Het was echt een jaar bikkelen. Ik heb er veel andere dingen voor laten. Daarom was het ook zo teleurstellend dat ik niet direct kon doorstromen naar het zij-instroomtraject van de UvA.’De reden blijkt formeel van aard. Omdat Idse alleen een hbo-bachelor heeft en geen master heeft gevolgd, voldoet hij niet aan de toelatingseisen voor de universitaire opleiding. Extra wrang, omdat een collega eerder vrijwel hetzelfde traject wél succesvol had doorlopen. ‘Maar in de tussentijd waren de regels veranderd. Bovendien is iedere situatie anders waardoor het soms even duurt voordat je weet waar je aan toe bent.’ Idse begrijpt dat universiteiten zorgvuldig moeten zijn. ‘Het zijn persoonlijke trajecten en er gelden nu eenmaal bepaalde eisen.’

Eindelijk van start
Na een jaar waarin zijn plannen stil lijken te staan, waagt Bruil een poging bij de Vrije Universiteit Amsterdam. Daar krijgt hij groen licht.’Ik heb er ontzettend veel zin in. Na de zomer ga ik een dag per week naar Amsterdam en blijf daarnaast vier dagen werken. Het wordt een drukke periode, al denk ik eerlijk gezegd dat de voorbereiding zwaarder was dan de master zelf.’

Op het Jan Arentsz geeft hij inmiddels informatiekunde in de onderbouw en informatica in de bovenbouw. Met de master behaalt hij straks ook zijn eerstegraads bevoegdheid. ‘Het klinkt misschien gek, maar in de kern verandert er eigenlijk niet zoveel. Ik blijf docent. De gymzaal heeft plaatsgemaakt voor het computerlokaal, maar uiteindelijk draait het nog steeds om hetzelfde: leerlingen helpen groeien.’

‘Wat mij altijd heeft gefascineerd, is hoe de juiste begeleiding leerlingen boven zichzelf kan laten uitstijgen. In de gymzaal zag ik leerlingen die aan het begin van de les nog aarzelend een wendsprong maakten en aan het einde een overslag over de kast durfden. Die succeservaring gaf zichtbaar zelfvertrouwen. Hetzelfde zie ik nu bij informatica. Met de juiste motivatie en handvatten kunnen leerlingen in korte tijd enorme stappen zetten. Soms komen ze een week later terug met een project waarvan je vooraf niet had verwacht dat ze dat al konden maken. Juist die momenten maken voor mij lesgeven zo mooi.’