Achttien jaar geleden zat Gökhan Özkan nog zelf in het publiek tijdens een informatieavond voor zij-instromers. Eenzelfde soort avond waar hij tegenwoordig als lerarenopleider/docentcoach zijn verhaal doet. Hij was 24, had een paar jaar daarvoor zijn opleiding commerciële economie afgerond en werkte al enige tijd op kantoor. Een keurige baan, best fijne collega’s, maar het was het niet. ‘Het voelde verstikkend,’ vertelt hij. ‘Ik was de hele dag met mijn toetsenbord bezig en had niet het gevoel ergens aan bij te dragen. Je voert gesprekken, je lost dingen op, maar je maakt nooit het verschil. Het had geen betekenis.’
Die onvrede viel samen met maatschappelijke veranderingen in Nederland. ‘De toenemende polarisatie, de moord op Theo van Gogh, discussies over integratie, de harde krantenkoppen. Op kantoor werd de hele dag door nieuws vanuit kranten als de Telegraaf gedeeld. Ik wilde niet langer in die bubbel blijven. Ik wilde niet langer aan de zijlijn, maar midden in de samenleving staan.’
Roeping
Gökhan bezocht een banenmarkt en raakte daar aan de praat met iemand van het Compaen VMBO in Zaandam. ‘Ik mocht vlak na die banenmarkt een dag meelopen en stond ik te popelen om. Het zelf te gaan doen. Hier kon ik wél iets betekenen.’Vlak daarna viel alles op zijn plek. Er viel een economiedocent uit en Gökhan bood zich als vervanger aan. ‘Ik kreeg de kans om deze leerlingen aan de gewenste kennis te helpen. Daar ben ik nog steeds dankbaar voor.’ Gökhan benadrukt dat zijn drive om het onderwijs in te gaan niet alleen om de maatschappelijke veranderingen draaide. ‘Ja, dat speelde zeker mee, maar het ging mij vooral om betekenis geven. Om het maken van impact. Om het gevoel dat je in het onderwijs iets kunt veranderen. Door de manier waarop we praten met leerlingen, wat we van ze verwachten, hoe we ze zien.’
In het diepe
Zijn eerste dag was onvergetelijk. ‘Ik kreeg te maken met leerlingen met bepaalde problematieken en werd daardoor met mijn neus op de feiten gedrukt dat van het positieve uitgaan niet altijd genoeg is. In een klas zitten vaak leerlingen uit verschillende sociaaleconomische klassen en niet iedereen deelt dezelfde normen en waarden. Met andere woorden: de ene puber is de andere niet, dus je moet in jouw pedagogisch handelen ook differentiëren. Dat besef heeft me tot nu toe altijd geholpen.’
Midden in de samenleving
Vanaf dag een voelde Gökhan dat zijn keuze voor het onderwijs de juiste was. ‘Ik wist meteen: dit kan ik, dit past bij me.’ Dus Gökhan bleef. Twaalf-en-een-half jaar werkte hij op deze grotendeels school, werd mentor, begeleidde klassen, organiseerde schoolfeesten en kampen en tuigde zelfs Berlijnreizen voor zo’n honderd leerlingen op. ‘Natuurlijk heeft de organisatie van dat soort uitjes aandacht nodig, maar tegelijkertijd is het toch geweldig dat ik daarvoor gewoon betaald krijg?’ Door de jaren heen kreeg Gökhan toenemend vertrouwen van collega’s. Dat de afdelingsleider haar eigen zoon al in het tweede jaar in zijn mentorklas plaatste, ervaart hij als een enorm compliment. ‘Dat raakte me zo. Een groter compliment bestaat niet.’ Als schoolopleider begeleidt hij zelf beginnende docenten. ‘Ik gun iedereen wat ik kreeg. Begeleiders die in je geloven, je fouten laten maken en je meenemen in hoe het anders kan. Zij waren voor mij wat ik elke dag wil meegeven: inspiratie.’
‘Ik zou nergens anders willen werken dan in het onderwijs. Als ik op een verjaardag of op zondag in een sportkantine mensen hoor klagen dat het alweer bijna maandag is, prijs ik mezelf gelukkig. Ik heb sinds 2008 nooit meer het gevoel gehad dat ik moest werken. Ik krijg elke maandagochtend een boks van mijn leerlingen, ze complimenteren me als ik nieuwe schoenen draag, ze delen hun ervaringen met me. Werken met jeugd is onbetaalbaar.’