Twee jaar geleden begon Bart Steenman als zij-instromer in het onderwijs. Inmiddels heeft hij behoorlijk wat vlieguren voor de klas gemaakt en kijkt hij met tevredenheid terug op de afgelopen tijd. ‘Het lesgeven bevalt heel erg goed,’ vertelt hij. ‘Ik heb een fantastische baan en de combinatie van studeren en voor de klas staan werkt voor mij prima. Ik krijg bovendien de gelegenheid om op school te studeren en dat helpt natuurlijk enorm om dit traject te combineren met mijn gezin met drie jonge kinderen. Natuurlijk studeer ik ook wel eens op een vrijdagavond of een zaterdagochtend, maar dat hoort erbij.’
Bart studeert aan de HvA. Zijn traject -leraar wiskunde- duurt de volle vier jaar, mede omdat zijn vorige hbo-opleiding -Sport, Management en Ondernemen- geen match is met zijn huidige opleiding. ‘Dat zou anders geweest zijn als ik economie had willen doceren, dan had ik op vrijstellingen kunnen rekenen. Die krijg ik overigens wel voor de verplichte minor, want deze heb ik natuurlijk wel al afgerond. Het geeft me de ruimte om alvast vooruit te werken zodat ik in leerjaar vier wat meer lucht heb.’
Vanaf dag één op het Regius College werd Bart als volwaardig docent behandeld. ‘Ik stond in no-time voor de klas en werd volledig opgenomen in de schoolcultuur en -hectiek. Of leerlingen mij als stagiair zien? Absoluut niet. Dat mijn werkplekbegeleider af en toe in de les aanwezig is, wordt ook niet als vreemd ervaren. Het gebeurt zo vaak dat een tweede docent even meekijkt. Voor de leerlingen is dat heel normaal.’Bart is zeer positief over zijn zij-instroomtraject, maar erkent ook dat het soms behoorlijk wat van hem vraagt. ‘Je moet echt je prioriteiten stellen. In de eerste twee jaar heb ik mijn zaalvoetbal stopgezet om alles goed te kunnen combineren. Vier dagen werken, een dag naar school en daarnaast nog studeren is ook niet niks. Gelukkig kan ik dus regelmatig gebruik maken van een tussenuur, maar plannen is essentieel.”
Het studeren zelf vindt Bart uitdagend, vooral vanwege de aard van zijn studie. ‘Wiskunde is een bijzondere tak van sport. Bij geschiedenis of Nederlands is soms wat ruimte voor eigen interpretatie, bij wiskunde moet alles gewoon kloppen. Dat betekent vooral veel oefenen. Ik maak stapels huiswerk en het niveau is hoger dan wat je doceert, dus het is best intensief.’ Met nog anderhalf jaar te gaan kijkt Bart positief vooruit. ‘De eerste twee jaar verliepen prima. Ik merk dat ik in dit derde jaar iets meer ploeter, maar weet ook dat ik het ga halen. De wiskundevakken sluit ik na dit half jaar af en daarna ga ik me focussen op de beroepsopdrachten voor vakdidactiek en pedagogiek. Op naar de eindstreep!’